Verstadst

Van vaste lezers van That Blonde Woman krijg ik wel eens de vraag of ik een opdracht van school wil delen op mijn blog. De meeste opdrachten vind ik niet perse geschikt om op dit stukje internet te plaatsen, maar van deze schrijfsel vind ik het wel passen. Lees je mee?

Als een plattelandsmeisje vertrok ik een aantal jaar geleden naar de stad. Ik stond versteld van de hoeveelheid mensen die zich in de smalle straten van het stadscentrum van Utrecht voort bewegen. Daarnaast wisten zelfs fietsers er nog tussen te wurmen met een snelheid van een Formule 1 coureur. En dat op een zaterdagmiddag. Een mierennest vond ik het, maar nog geen week later wist ik niet beter. Alles, maar ook alles gaat met veel snelheid in de stad. Van zelfscankassa’s in de supermarkt tot om de 5 minuten een andere bus naar stadscentrum.

Die snelheid is heel tegenstrijdig met waar ik vandaan kom. Ik kom uit zo’n plattelandsdorp waar iedereen elkaar kent. Waar er de tijd voor je wordt genomen. Zo stond ik laatst in de supermarkt van datzelfde plattelandsdorp. Volgens mij stond ik al 10 minuten in de rij voordat de rij eindelijk een persoon opschoof. Wat bleek? De caissière en de klant kenden elkaar. En ze vroeg hoe het met de klant ging en haar familie. Zuchtend en geïrriteerd ratelde ik de voordelen van de stad in mijn hoofd op. De volgende ochtend pakte ik van het platteland de bus, die maar één keer in het uur gaat, naar de stad. Het was een lange zit, maar in het noorden van Nederland is er geen andere manier van openbaar vervoer om je door het platteland voort te bewegen.

Bij één van de vele stoppen tijdens de rit hoorde ik de buschauffeur een instappende passagier blij verwelkomen en hoe leuk hij het vond dat hij de passagier mocht oppikken. Ze vroegen naar elkaars werkdag en pas voordat dat uitvoerig was besproken reed de bus weer verder. Ditzelfde verhaal herhaalde zo nog een paar keer op weg naar de stad. Ik weet niet hoe, maar de buschauffeur wist (ondanks de soms lange stoppen tijdens de rit) nog vroeger aan te komen in de stad dan vooraf aangegeven.

Op het station haalde ik een koffie en ging ik zitten bij het raam van de koffiezaak. Ik neem de mensen die voor mijn raam wandelen nauwkeurig in mij op. Vele mensen bewegen zich voort, maar niet als mieren zoals in een stad als Utrecht. Ik ben namelijk in een typische plattelandsstad. Met andere woorden: een uit de klauwen gewassen dorp. Ieder persoon die nu voor mijn raam wandelt, wandelt op een rustig tempo. Niet zoals Formule 1 coureurs, maar alsof ze de tijd van de wereld hebben. Precies hetzelfde zoals de buschauffeur. Meteen schiet mij te binnen dat ondanks al het gepraat met de klanten was de buschauffeur ruim op tijd aangekomen in het plattelandsstad. Geen haast, maar de tijd nemen. Ik bedenk mij… Ik ben verstadst. Ik haast mij dagelijks. Ik kijk niet op of om. En waarom eigenlijk? Om net iets sneller te zijn? Hier op het platteland ben ik alsnog op tijd en wedden dat ik zelfs een leuk gesprek heb met mijn medemens?

Ben jij een stads- of een plattelandsmens?

Liefs,


 

 

 

Ps. Ik blijf er wel bij dat ik supermarkten in de steden fijner vind. 😉

2 reacties

  • Ik kom ook uit een dorp (al dan wel een redelijk groot dorp) maar ik was toen al redelijk ‘stads’. Ik denk regelmatig dat het goed zou zijn voor mijn mentale staat om ergens te wonen waar het tempo lager is zodat ik mezelf meer tijd en ruimte kan gunnen en stress te voorkomen, maar ik weet ook van mezelf dat ik daar niet zo goed tegen kan. Ik ga me super snel vervelen en zoek continu input om bezig te blijven. Voor nu hou ik het lekker bij een paar weken vakantie zonder internet, om vervolgens weer terug te komen in mijn favoriete stadsie!

    • Ook fijn om er zo toch even er ‘tussen uit’ te zijn.

      Ik herken dat stukje ook over het altijd input nodig zijn. Maar om eerlijk te zijn ben ik daarover de laatste tijd van mening veranderd. Ik merk namelijk dat ik veel creatiever ben wanneer er weinig input is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *