Laat jezelf horen!

Eerder was ik een stil meisje. Ik zei niet veel. Ik was verlegen. Een stem? Die had ik wel, maar alleen in mijn hoofd. Want hardop zeggen durfde ik niet. Ik was bang.

Ik liet mij beïnvloeden door angst. Ik was bang dat mensen mij anders niet mochten. Ik was bang dat ze mij zouden buitensluiten. Wat bleek? Dat deden ze toch wel. Ondanks dat ik stil was. Ze zagen mij wel. Hoe klein ik mezelf ook maakt, ze hadden mij in hun greep. Ik werd gepest. Mijn stem liet ik niet horen. Het enige wat ik deed was een glimlach opzetten. Een glimlach werkt, maar helaas voor even. Mijn glimlach zette mijn pesters op het verkeerde been. Er was één meisje die ik steeds op het verkeerde been kon zetten, maar altijd voor even. Elke keer wanneer ik dacht: nu kan ik even rust nemen, want niemand vindt nu iets van mij. Dat werkte alleen op dezelfde dag, want de dag erna… Dan haalde het meisje de andere meiden over om mij opnieuw te pesten. Het leek nooit op te houden.

Het was zo’n dag dat ik even rust kon nemen. Ik had net die ochtend de pesters weggelachen, dus dat zou moeten betekenen dat ik de rest van de ochtend geen last meer van ze zou hebben. Het was pauze. Ik liep zoals altijd wanneer de bel van de pauze gaat als eerste naar het toilet. Dan zou ik mijn jas ophalen, mijn koekjes en drinken uit mijn tas halen. Dat was mijn ritme, voordat ik naar buiten ga naar het schoolplein. Het was mijn ritme, die deed ik dag in en dag uit. Waardoor meer mensen mijn ritme kenden.

Die ochtend was het meisje sneller bijgekomen van mijn glimlach dan anders. Ze raakte eraan gewend. Ze had mijn ritme door. Ik zat in één van de drie toilethokjes toen het licht uitging. En nee, dat kwam niet door de bewegingscensoren. Toen het licht uitging hoorde ik een meisje giechelend wegrennen. Helaas was het niet zomaar een meisje, maar het was het meisje. Langzaam deed ik mijn broek aan terwijl ik iemand terug hoorde komen. Het probleem van een ritme hebben is dat ze je altijd weten te vinden. Ze wist het, ze wist in welk toilethokje ik zat. Ik hoorde het gewicht van het meisje drukken tegen de deur van het toilethokje waarin ik zat. Ze wilde mij bang maken.

Op dat moment raasden de gedachten door mijn hoofd. Ik was bang, klein en niet sterk. Wat moest ik doen? Gillen? In de hoop dat de docenten mij zouden horen? Nee, het was tijd dat ik iets van mezelf liet horen. Het was tijd dat ik mijn stem gebruikte om de pester te laten stoppen. Met een snelle klik haalde ik het slot van de deur. Terwijl ik met mijn ongewassen (sorry not sorry) de keel greep van het meisje en haar zo tegen de muur omhoog drukte. De adrenaline stroomde door mijn lijf. Ik wilde het meisje slaan. Zo hard dat ze er gebroken uitzag, precies zoals ik mij voelde. Ik wilde haar kapotmaken. Of toch mijn handen wat strakker om haar keel leggen, zodat ze wel om genade moest smeken.

Ik deed geen van allen. Hoeveel pijn zij mij ook had gedaan, dit was niet de oplossing. Ik zette het meisje neer en legde mijn handen van haar nek op haar schouders. Ik keek haar vervolgens aan en zei: Hou op met mij te pesten. Het meisje barste in huilen uit en ik liet haar gaan. Ze rende weg. Huilend, schreeuwend over de gang. Het kon mij niets schelen, want ik had mijn stem gebruikt en dat maakte het verschil.

Op 15 maart is het tijd. Tijd om mijn stem te gebruiken, want ik wil een verschil maken. Stem jij ook?

Liefs,


5 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *