Interview met Mirjam Gielen

Gepost op 1 maart 2019 door Katja in Boeken, interview / 2 Comments

Yes, ik doe mee aan de blogtour van Grondvuur geschreven door Mirjam Gielen en uitgegeven door Blossom Books. Ik heb het mooie boek al mogen lezen en kreeg de kans om de auteur te interviewen.

Het boek gaat over…
Op 22 februari 1944 vallen talloze bommen op het centrum van Nijmegen. Er vallen achthonderd doden en duizenden gewonden, en de impact is enorm – ook nog lang na de oorlog.
Als Julia een doos met oude brieven van haar oma vindt, begint ze uit nieuwsgierigheid te lezen. Haar oma schreef de brieven tijdens en na de Tweede Wereldoorlog aan haar overleden zus Corrie. Ze schrijft over de nasleep van het bombardement op Nijmegen, maar ook over haar ouders en de jongen die ze later op haar werk leert kennen.
Julia ontdekt een oud familiegeheim, en gaat vastbesloten op onderzoek uit. Maar haar oma houdt haar mond stijf dicht, en ook bij haar moeder komt ze niet veel verder. Wat doe je als het verleden zo nadrukkelijk aanwezig is, maar niemand erover praat?

Vorige week trapte Eline de blogtour af en deze week mag ik mijn diepte interview met de auteur plaatsen.

Als eerste: hoe kwam je op het idee van Grondvuur?
Ik wilde al langer een boek over de oorlog schrijven. De oorlog speelde een grote rol in ons gezin. In het gezin van mijn man werd er juist helemaal niet over gesproken. Later kwamen we er achter waarom dat was, net als hoofdpersoon Julia eigenlijk, hoewel het niet hetzelfde verhaal is.
Ik vroeg me af hoe het was als twee heel verschillende manieren om de oorlog te beleven (verzet plegen en collaboreren) na de oorlog in één gezin zouden samenkomen. Toch stelde ik het schrijven van het boek steeds uit. Ik wist dat het mijn moeder erg zou raken als ik een boek over de oorlog zou gaan schrijven en dat het bij haar oude trauma’s weer zou oprakelen. Daarom ben ik er pas na haar dood aan begonnen.

Hoe was het om het verhaal vanuit drie perspectieven te vertellen? Met name omdat het verhaal ook
nog eens wordt verteld vanuit drie verschillende tijden.

Ik ben begonnen met twee generaties, want dat leek me in eerste instantie al lastig genoeg. Maar we (de uitgeverij en ik) wilden het ook naar de huidige tijd doortrekken, vooral ook omdat het dan herkenbaarder zou worden voor lezers die vijftig-zestig jaar na de oorlog geboren zijn. Daarom was het nodig een derde generatie in het verhaal te betrekken. Uiteindelijk vond ik het heel interessant om te spelen met de overeenkomsten en de verschillen tussen de drie generaties.

Wat heb je precies onderzocht voor het boek? En hoe heb je dat gedaan?
Lang leve internet. Daar is al heel veel te vinden. Je kunt allerlei archieven online raadplegen en er is veel beeldmateriaal te vinden. Ik heb heel verschillende dingen onderzocht zoals hoe een EHBO-kist er in die tijd uitzag, maar ook wat nu redenen waren voor mensen om bij de NSB te gaan. Om nog meer verdieping te krijgen heb ik ook veel gelezen. Op bijgaande foto zie je de boeken die ik gelezen heb. Verder heb ik veel persoonlijke gesprekken met mensen gehad, niet echt interviews, maar wel gesprekken over hoe het vroeger bij hen thuis ging en hoe het was om met een getraumatiseerde ouder op te groeien.

Bron: Mirjam Gielen

Wat is tijdens je onderzoek het meest bijgebleven?
Eerlijk gezegd vond ik het onderzoek vaak nogal heftig. Vooral het boek ‘De pijn die blijft’, van Bart Janssen met allemaal ooggetuigenverslagen van het bombardement op Nijmegen was moeilijk om te lezen. Veel mensen hebben toen gruwelijke dingen meegemaakt en gezien. Bij sommige verhalen heb ik echt zitten huilen. Ik heb ook oude filmopnamen van Nijmegen gezien van voor de oorlog en dat was heel vreemd. Nijmegen was toen nog een prachtige oude stad met kleine knusse straatjes, mooie kerktorens,
eeuwenoude pandjes etc. Echt zo’n stad waar nu horden toeristen op af zouden komen. Ik herkende er de stad van mijn jeugd, met veel fantasieloze betonnen blokkendozen, helemaal niet in. En als ik dan klaar was met mijn research voor die dag en ‘s avonds voor de televisie zat dan zag ik beelden van bombardementen op Syrische steden. Net alsof mijn onderzoek nog gewoon doorging.
Wel leuk was het onderzoek voor het wieler-gedeelte van Julia. Onze dochter zit vaak op de racefiets en ik kon haar veel vragen. Ik heb ook staan juichen bij wedstrijden van vrouwenwielrennen. Ja, je moet wat over hebben voor een boek. 😉

Deed je tijdens het schrijven nog onderzoek of stond het verhaallijn van te voren al vast?
De verhaallijn stond voor een groot gedeelte vast. Maar ik kwam vaak wat tegen waarvan ik dacht: ‘Dat wil ik verwerken in mijn boek’. Dan schreef ik daar speciaal een scène bij of ik herschreef iets zodat het er in paste. Zo las ik in een ooggetuige-verslag dat iemand zich getroost voelde door een EHBO-ster die zo rustig en zeker was. Dat vind je nu terug in het eerste hoofdstuk.

Hoe was het om te schrijven over Nijmegen en de bombardementen, een onderwerp waarover tot op de dag van vandaag nog steeds niet veel over wordt gesproken? Maakte dat eventuele interviews die je deed ook lastiger of is er in het algemeen een stuk minder te vinden over het onderwerp?
Er is gelukkig ondertussen het nodige over geschreven en er is ook op televisie aandacht aan besteed in een uitzending van Andere Tijden. Dat maakte mijn onderzoek wel makkelijker. Ik ben me wel gaan realiseren hoe vreemd het was dat ik zelf in Nijmegen opgroeide en er nauwelijks iets over wist. Ook op school kwam het nooit aan de orde. Ik denk dat we nu een beetje aan het inhalen zijn wat lange tijd nauwelijks bespreekbaar was.

Welk onderzoek die je voor het boek deed nam de meeste tijd in beslag?
Het lezen van al die dikke pillen.

Welk perspectief vond je het lastigst om vanuit te schrijven?
Dat van Ans, de oma van Julia. Eigenlijk vond ik haar eerst maar een onsympathiek mens, met haar ontkenning en geneuzel over fatsoen. Maar tijdens het schrijven leerde ik haar beter kennen en ging ik haar ook beter begrijpen. Ik heb geprobeerd om haar niet te modern te maken en te laten praten en denken als iemand uit die tijd.

De NSB speelt ook een grote rol in het verhaal. Ik moet zeggen dat ik er nogal verrast over was. Er wordt daar nooit echt over gesproken vanuit een Nederlands perspectief. Hoe vond je het om daar over te schrijven? En hoe verliep daarbij het onderzoek?
Eigenlijk is mijn onderzoek daarover al jaren eerder begonnen toen we gingen uitzoeken wat er in de familie van mijn man gebeurd is. Daar zijn we toen voor naar het Nationaal Archief geweest, net als Julia en Eva aan het einde van het boek. Toen werd mijn belangstelling voor dat onderwerp al gewekt en in de loop van de jaren heb ik gepraat met mensen die ook zo’n achtergrond hadden en er ook over gelezen. Maar er is nog steeds schaamte over en veel mensen willen er helemaal niet over praten.

Wist je al voordat je het boek schreef bij elk personage wie en welk een deel achter de geschiedenis van de familie kwam?
Nee, daar heb ik behoorlijk mee zitten schuiven en er zijn ook heel wat scènes herschreven. Als schrijfster weet ik alles en voor mij is het hele verhaal duidelijk. Maar de lezer weet in het begin nog niets. Dat moet ik me goed realiseren tijdens het schrijven. Door te spelen met stukjes informatie kun je een spanningsboog opbouwen en blijft het verhaal aantrekkelijk om te lezen. Dat is best een gepuzzel.

Ik wil de auteur, Mirjam Gielen, enorm bedanken voor haar tijd, haar uitgebreide antwoorden en uitgeverij Blossom Books dat ik mee mocht doen met deze blogtour. Volgende week gaat de blogtour verder op Kladblog!

Liefs,

Tags: , , , , ,


2 responses to “Interview met Mirjam Gielen

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.