Punk enzo

Gepost op 10 juni 2019 door Katja in persoonlijk, Schrijfsels / 0 Comments

Mijn hand glijdt langs de nep leren motorbike jassen, stoere bloesjes en de spikes en studs. Zo veel studs.

Terwijl ik mijn kledingkast aan het opruimen ben, glijdt mijn hand langs de nep leren motorbike jassen, stoere bloesjes en de studs. Onwijs veel studs. Ik moet glimlachen en denk terug aan al die tijden wanneer ik het droeg en de avonturen die ik erin heb beleefd. Mijn gekleurde Dr. Martens. Uiteindelijk dienden de roze paar tot de inspiratie van mijn eerste logo van That Blonde Woman. Ik denk terug aan alle leuke momenten, maar ook de minder mooie herinneringen. Toch zorgde deze kleding ervoor dat ik me nog zelfverzekerder voelde. De kleding was een goede representatie naar hoe ik me voelde.

Ik zal nooit vergeten hoe ik door de gangen liep onderweg naar college. Mijn schoenen waren meestal het eerste wat de mensen opviel. Bubble gum roze of kanarie geel. Door de dikke zolen klonken mijn voetstappen zwaar. Een geluid die door de gangen klonk wanneer ik langsliep, omdat het weleens gebeurde dat de gang compleet stil viel. Om vervolgens naar me te kunnen staren. De zwarte skinny jeans of baggy broek viel niemand echt op. Het waren vaak de leren jacks vol met studs of de ketting om mijn hals met gekleurde doodshoofden waarover de studenten fluisterden. Mijn ogen omrand met zwarte kohl. Kin omhoog en borst vooruit. Het heeft me nooit iets kunnen schelen, maar deze ervaringen hebben mij wel gevormd.

Mijn mondhoeken gaan omhoog bij het zien van een witte motorbikejack vol met studs en het bijhorende riempje die altijd tegen de studs aantikte wanneer ik liep. Ik herinnerde me die keer dat die ene gang stil werd wanneer ik binnenwandelde met de jack aan, een baggy jeans en de kanarie gele Dr. Martens. Neon gekleurde dubbelstenen aan de clips aan mijn oren. Het moment dat onze kleine klas allemaal in het lokaal aangekomen waren, gooiden we de deur dicht en barstten we in lachen uit. De docent keek ons met een vragende blik aan. ‘Ze waren naar Katja aan het staren’, verklaarde een klasgenoot. De docent keek me aan. ‘Wat denk jij? Waarom denk je dat ze dat deden?’ Ik haalde mijn schouders op. ‘Om hoe ik eruit zie?’ ‘Weet je dat wel zeker?’, vroeg de docent aan me terwijl hij ondertussen verder ging met het opschrijven van een voorbeeld som op het bord.

Nu weet ik wel beter. Het was een competitieve school. Als je je niet kleedde volgens de norm, dan werd je aangestaard. Maar je moest je ook weer niet te modieus kleden, want dan werd je een popje genoemd. Hoge cijfers halen was oké, maar je moest nou ook weer niet de nerd uithangen. Je moet meedoen tijdens de les, maar elke keer wanneer je je hand opsteekt met het goede antwoord krijg je een blik die je dood wenst. In je stamgroep mag je niet haantje de voorste zijn, maar als je te stil bent dan lig je uit de groep.

En het kon mij allemaal niets schelen. Wie het waagde om te roddelen over mij waar ik bijstond, dan vertelde ik recht in je gezicht precies wat ik van je vond. Als ik hoge cijfers haalde en de ander niet, dan juichte ik alsnog voor mijn eigen prestaties. Als ik het niet eens was met de docent, dan liet ik dat altijd op gepaste manier blijken. Door een discussie te starten in de klas of toch even na de les nog langsgaan om te checken of ik de opdracht dan wel goed had begrepen. Als een medestudent iemand uit de stamgroep buitensloot omdat die te stil was, dan zorgde ik er wel voor dat iedereen weer bij de groep hoorde. Als ik vond dat een student te comfortabel in de rol ging voelen van stoorzender, dan ging ik op de persoon hun favoriete plek zitten in het lokaal. Met mijn kleurrijke Dr. Martens op tafel gelegd en met mijn stoel naar achteren geleund. Wenkbrauw omhoog en een blik die zei: ‘Kom maar als je durft.’

De kleding was een onderdeel van mijn harnas, een verlangstuk van mijn persoonlijkheid. Het liet de rebel zien die ik in mij heb zitten. Iemand die het geen enkel probleem vindt om soms even tegen alles aan te schoppen, zoals de zogenaamde norm van het schoolplein. Ik ging zelfs verder dan dat. In mijn boekje bestaat er altijd een maas in de wet. Ik ben iemand die daar naar opzoek gaat. Ik was niet bang om zelfs het vuur onder de schenen te leggen van de docenten, decaan en het schoolbestuur. Of naar sollicitatiegesprekken te gaan om te vragen voor een functie hoger dan waarvoor ik gestudeerd had.

Ik leg mijn harnas neer, misschien zijn mijn tatoeages mijn volgende vorm van rebellie. Ik vind mijn kleding nog steeds mooi en ik weet dat ik altijd dol zal zijn op mijn tatoeages, maar de tijd is toch aangebroken om mijn punk kleding los te laten. Bergen heb ik weten te verzetten met dit pantser en ik heb mezelf de ruimte gegeven om te groeien als persoon. De rebel zit nog steeds in mij en de Dr. Martens blijven aan. Ik zeg gedag tegen iets wat voor lange tijd onderdeel van me is geweest, mijn verlengstuk. Dit jaar is zelfs mijn logo aangepast naar mijn huidige groei. Voor mij is er een nieuw hoofdstuk aangebroken in mijn leven nu ik heb bereikt waar ik de afgelopen jaar voor heb gewerkt. Freelancer, leven in de vrijheid van de dag met opdrachtgevers die mij elke keer weer iets nieuws leren.

Ik droomde, ik durfde het en nu ben ik aan het doen waarvan ik droomde met de rebel nog altijd in me, maar met een nieuw hoofdstuk: show don’t tell.

Liefs,

Tags: , , , , , , ,


Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.